|
|
Dossiers over vrouwengeschiedenis
Kenau Simonsdr. Hasselaer
Het komt niet vaak voor dat iemand met zijn naam zowel in een encyclopedie
van de vaderlands geschiedenis als in een gewoon woordenboek figureert.
Kenau is zo iemand! Zij is een van de weinige heldinnen die de vaderlandse
geschiedenis heeft opgeleverd en is nog steeds niet helemaal vergeten
dankzij de betekenis van haar naam: een lastige, strijdbare, sterke vrouw.
Toen de stad Haarlem tussen december 1572 en juli 1573 door de Spanjaarden
werd belegerd, zou Kenau door haar moedige optreden zijn opgevallen bij
vriend en vijand. Emanuel van Meteren (1535-1612), de eerste geschiedschrijver
van de Tachtigjarige Oorlog, zegt in zijn Belgische ofte Nederlantsche
historie van onsen tijden (1599):
Die van binnen [Haarlem] hadden ooc een cloecke vrouwe ende eerbaer
weduwe, omtrent XLVI jaren out, Kennau genoemt, die dander vrouwen in
allen noot aenvoerde ende met eenighe andere veel manlycke daden boven
vrouwen aert bedreef op ten vijant, met spiessen, bussen ende sweert ,
als een man haer behelpende in vrouwelycke habijt.
Ook P.C. Hooft (1581-1647) maakt in Nederlandsche historiën
(1642) gewag van een 'moedighe mannin', weduwe van 46 jaar, Kenauw Simon
Hasselaers geheten, van onbesproken gedrag en zeer goede huize, die ten
tijde van het beleg leiding had gegeven aan meer dan driehonderd Haarlemse
vrouwen. Dat aantal van driehonderd vrouwen had hij waarschijnlijk afgeleid
uit een geuzenliedje uit 1573 dat in zijn tijd nog bekend was. Hierin
was sprake van 'twee Vaendels ghemonsterde Vrouwen'. Hooft en Van Meteren
kenden ongetwijfeld ook de prenten die van een zwaargewapende Kenau circuleerden
en hadden de ooggetuigenverslagen van Duitse soldaten over het Haarlemse
beleg gelezen waarin ook van Kenau melding werd gemaakt. Hooft heeft bovendien
uitgebreid gesproken met Pieter Dirksz. Hasselaer, de neef van Kenau.
Tegenwoordig worden de militaire operaties van Kenau en haar vrouwenvendels
als mythevorming afgedaan. Maar waarom zou het héle verhaal over
Kenau en de rol van de Haarlemse vrouwen naar het rijk der fabelen moeten
worden verwezen? Gelet op de manier waarop de Spanjaarden de bevolking
van Mechelen, Zutphen en Naarden hadden behandeld tijdens hun strafexpeditie
van 1572, hadden de vrouwen van Haarlem redenen te over om, georganiseerd
of niet, uit hun traditionele vrouwenrol te stappen en de handen uit de
mouwen te steken ter verdediging van hun stad.
Els Kloek, eindredacteur van de reeks VERLOREN VERLEDEN. GEDENKWAARDIGE
MOMENTEN EN FIGUREN UIT DE VADERLANDSE GESCHIEDENIS, gaat in Kenau.
De heldhaftige zakenvrouw uit Haarlem (1526-1588) op zoek naar de
historische Kenau.
 |
Generaties schoolkinderen hebben geleerd, dat de Tachtigjarige Oorlog
een gerechtvaardigde oorlog was tegen een tirannieke koning en zijn gewelddadige
plaatsvervangers. Tegenwoordig wordt de Opstand eerder gezien als een
tragisch voorbeeld van geweldsescalatie, een conflict dat ontaardde in
een burgeroorlog, met alle verschrikkingen van dien. Voor de meeste mensen
was niet de vraag hoe ze de oorlog moesten winnen, maar hoe ze deze moesten
overleven. Els Kloek laat zien hoe het conflict met Spanje uit de hand
liep en leidde tot de gruwelijke strafexpeditie van Alva in 1572. De Spaanse
wreedheden hadden echter een averechtse uitwerking. Steden dúrfden
zich niet langer over te geven aangezien de Spanjaarden zich ten aanzien
van Naarden niet aan hun beloften hadden gehouden. Niet alleen de watergeuzen
en calvinisten, maar ook goede katholieken en loyalisten besloten nu om
zich tot het uiterste te verdedigen tegen de vreemde troepen die het land
in naam van een centrale regering terroriseerden.
Toen Don Frederik, Alva's zoon, na de verwoesting van Naarden in het koningsgezinde
Amsterdam neerstreek, brak in Haarlem paniek uit. Het opstandige Haarlem,
nog geen vijftien kilometer van Amsterdam, verwachtte het volgende slachtoffer
te worden. En inderdaad: op 11 december 1572 sloegen de Spanjaarden hun
beleg op voor de stad. De dagboeken die uit deze tijd zijn overgeleverd,
maken allemaal melding van stormlopen van belegeraars tegen de wallen,
uitvallen van de belegerden tegen de bolwerken die de vijand intussen
had aangelegd en schermutselingen in de directe omgeving van Haarlem om
de proviand die aangevoerd werd, van aanleg van mijngangen en tegengangen
en van de toenemende honger en ellende onder belegerden én belegeraars.
Deze zeven maanden durende nachtmerrie wordt door Els Kloek indringend
beschreven. Uiteindelijk moesten de Haarlemmers zich overgeven. Op 13
juli 1573 werd een akkoord getekend. Plundering van de stad werd afgekocht
voor het bedrag van 240.000 gulden, maar de soldaten die de stad verdedigd
hadden, werden massaal afgeslacht.
Wie was deze vrouw met de naam Kenau en wat deed zij tijdens het beleg?
Kenau werd in 1526 geboren als tweede dochter van Guerte Coenendochter
Hasselaer en Simon Gerritsz. Brouwer. De familie Hasselaer behoorde tot
de aanzienlijken van de stad Haarlem en er zijn aanwijzingen dat zij de
Opstand steunden. Kenau trouwde in 1544, op haar achttiende, met Nanning
Gerbrantsz. Borst, telg uit een Haarlems scheepmakersgeslacht. Zij kregen
drie of vier dochters en één zoon. Na het overlijden van
Nanning in 1562 zette Kenau zijn bedrijf als zelfstandig onderneemster
voort. Tussen 1562 en 1571 zijn er zestien scheepsbrieven op haar naam
genoteerd. Steeds gaat het om de aanbesteding van 'karveelschepen', een
voor die tijd modern schip dat vooral geschikt was voor de binnenvaart
maar ook op de Europese zeeën werd gebruikt. Zij liet zich de kaas
niet van het brood eten: met grote vasthoudendheid vocht zij juridische
procedures uit tegen haar schuldenaars en achtervolgde hen genadeloos,
ongeacht oorlog en beleg.
Vlak vóór het beleg moet Kenau in goede doen zijn geweest.
Ze trad op als geldschieter en kocht een boerenwoning in Overveen. Tijdens
het beleg kwam haar bedrijf stil te liggen. Wat zij die maanden precies
heeft gedaan, is helaas niet te achterhalen uit de primaire bronnen. Zeker
is alleen, dat zij de stad een grote hoeveelheid hout leverde voor het
maken van een galei waarmee de Spanjaarden op het Haarlemmermeer bestreden
werden. Dat hout werd niet betaald en tot aan haar dood heeft Kenau hierover
geprocedeerd. Pas na een uitspraak van het Hof van Holland en onder druk
van prins Maurits betaalde het stadsbestuur het verschuldigde bedrag uit
aan de erfgenamen.
Na de overgave aan de Spanjaarden verliet Kenau Haarlem. Omdat zij ook
elders steeds verwikkeld was in rechtszaken, is haar spoor goed te volgen.Tussen
1573 en 1578 verbleef zij achtereenvolgens in Delft, Arnemuiden en Leiden.
In Arnemuiden - waar haar naam zestien keer voorkomt in de gerechtelijke
archieven - was zij beëdigd waagmeester en collecteur van de impost
op turf van Amsterdam - een bijzondere betrekking voor een alleenstaande
vrouw. Begin 1579 wordt Kenau's naam weer vermeld in de Haarlemse registers
van scheepsbrieven. Net als veel andere ballingen was zij blijkbaar weer
teruggekeerd naar haar geboorteplaats. Samen met haar dochters woonde
ze in de Spaarnwouderstraat. Buurtbewoners fluisterden dat de vrouwen
tovenaressen, 'koolrijdsters' en misschien zelfs moordenaressen waren...
In 1588 moet Kenau, ongeveer 62 jaar oud, gestorven zijn. Volgens haar
dochters was zij in handen gevallen van een zeerover en zij spanden onmiddellijk
een rechtszaak aan tegen de eigenaar van het schip waarop zij hun moeder
hadden zien vertrekken. Of was Kenau gevlucht voor haar financiële
zorgen en intussen in Noorwegen, waar ze hout zou inkopen, bezig een nieuwe
handel op te zetten???
Kenau mag dan roemloos en eenzaam aan haar einde zijn gekomen, toch is
zij na haar dood een van de meest bejubelde vrouwen uit de vaderlandse
geschiedenis geworden. In het laatste hoofdstuk van haar boek laat Els
Kloek zien hoe Kenau niet alleen uitgroeide tot een icoon van het Haarlemse
beleg, maar ook naar voren werd geschoven als de meest exemplarische vrouw
van de vaderlandse heldenstrijd tegen de Spaanse tirannie. Eind negentiende
eeuw begonnen de twijfels, maar pas in 1956 werd Kenau definitief van
haar voetstuk gestoten door de Haarlemse archivaris Gerda Kurtz. Met een
zekere gretigheid werd Kurtz' oordeel dat Kenau geen kapitein van een
vrouwenvendel geweest kon zijn, door vakgenoten omarmd. De debunking
was zo effectief, dat menigeen zelfs ging denken dat de hele Kanau nooit
had bestaan Ten onrechte. Els Kloek herstelt deze strijdbare vrouw in
ere, en weet aannemlijk te maken dat zij, samen met andere Haarlemse vrouwen,
wel degelijk heeft meegevochten bij de verdediging van de stad.
Er blijven vragen onbeantwoord, maar één ding is zeker:
de verhalen die Els Kloek naar boven heeft gehaald, tonen dat Kenau haar
naam voortdurend eer aan deed.
Ontleend aan: Els Kloek, Kenau. De heldhaftige zakenvrouw uit Haarlem
(1526-1588). (VERLOREN VERLEDEN 15), 92 blz., ingenaaid, geïllustreerd
(deels in kleur), ISBN 90-6550-456-7, €9,30.
Verkrijgbaar in de erkende boekhandel en rechtstreeks bij Uitgeverij Verloren,
Postbus 1741, NL-1200 BS Hilversum, tel. 035-6859856, fax 035-6836557,
e-mail bestel@verloren.nl,
www.verloren.nl.
|